Inleiding

De waterschappen dienen bij hun werkzaamheden rekening te houden met de Flora- en Faunawet. Het uitgangspunt van de Flora- en faunawet is dat alle handelingen die schadelijk zijn voor beschermde dieren en planten verboden zijn. Daarom moet voor alle werkzaamheden met schadelijke gevolgen een ontheffing worden aangevraagd bij het ministerie van EL&I (voorheen LNV). De waterschappen kunnen echter voor werkzaamheden die te karakteriseren zijn als bestendig beheer en onderhoud of als ruimtelijke inrichting en ontwikkeling in aanmerking komen voor vrijstelling van de ontheffingsplicht (Tabel 1), mits wordt gewerkt volgens de richtlijnen uit een goedgekeurde gedragscode. Bestendig beheer en onderhoud wil zeggen dat de manier van werken in de tijd niet verandert. Bijvoorbeeld: een grazige vegetatie wordt al jarenlang twee keer per jaar gemaaid en zal ook in de toekomst met dezelfde maaifrequentie worden onderhouden. Bestendig beheer en onderhoud doet in dit voorbeeld in principe de aanwezige graslandsoorten geen schade en is vaak van belang om de condities in stand te houden waarbij soorten kunnen voorkomen.

Lees de volledige tekst van de inleiding hier.